Europarlementariërs laten online contact met burger onbenut

27% van de Eurparlementariërs checkt dagelijks wikipedia

Met minder dan een maand te gaan tot de Europese verkiezingen, brachten onze collega’s in Brussel vandaag de Digital Trends Survey uit. Dat is een onderzoek naar het digitale gedrag van europarlementariërs. Verwacht geen smeuïge details over keurige europarlementariërs die bij nacht online pokerpaleizen en SecondLife-bordelen frequenteren: het gaat vooral over waar europarlementariërs hun informatie vandaan halen, en hoe belangrijk het internet eigenlijk is als medium voor de Europese besluitvorming.

Bekijk het onderzoek http://www.epdigitaltrends.eu

De conclusie is dat het internet al wel belangrijk is, maar nog veel belangrijker kan zijn. Voor hun dagelijkse informatievergaring vertrouwen europarlementariërs net als wij gewone mensen ook op google (93% van de onderzochte parlementariërs gebruikt de zoekmachine dagelijks), online kranten (74% checkt dagelijks de krant online), blogs en wikipedia (27% checkt dagelijks wikipedia). Het is vooral de centrumrechtse, christendemocratische EPP-ED partij die wikipedia het meeste inzet: 75% van de europarlementariërs van die partij checkt wikipedia minstens één keer per week, vergeleken met 55% van de liberalen van ALDE.

Dit gaat puur over informatie – wanneer het gaat om het formeren van ideeën en gedachten over beleid, is de europarlementariër ineens een stuk minder “digitaal”. Van alle onderzochte middelen, worden online methodes als minst belangrijk ingeschaald als het gaat om meningsvorming voor europarlementariërs: slechts 36% noemt online “belangrijk” of “zeer belangrijk”. Dat lijkt aardig, tot je het vergelijkt met de andere bronnen: 83% noemt persoonlijk contact met afgevaardigden van kiezers “belangrijk” of “zeer belangrijk”, 71% noemt traditionele media zoals TV en Print “belangrijk” tot “zeer belangrijk”, en 69% noemt geschreven communicatie zoals brieven “belangrijk” tot “zeer belangrijk”. Daar steekt het internet als meninsgvormende bron nogal schraal bij af. Nog een saillant detail: van de traditionele media vinden de europarlementariërs lokale en nationale media belangrijker dan pan-Europese media. Opmerkelijk voor europarlementariërs die juist het pan-Europese, en niet het nationale belang behoren te dienen.

Als bron voor meningsvorming is online media dus nog zeer onbelangrijk voor europarlementariërs. Dat is vreemd, want tegelijkertijd zijn europarlementariërs weer niet te beroerd om het internet als campagnetool voor de verkiezingen in te zetten. 75% maakt namelijk zeer veel gebruik van een persoonlijke website om kiezers te trekken, en 11% doet dat geregeld – slechts 2% heeft nog nooit van een website gehoord. 33% gebruikt een sociale-netwerk-site (Hyves, Facebook) als onderdeel van de campagne, en 20% doet dat af en toe. Slechts 13% twittert heel actief, maar vergeleken bij de Kamertweets van de Tweede Kamer is dat best aardig: daar twitteren welgeteld 12 Kamerleden, dat is 8% van het totaal.

Deze cijfers tonen aan dat europarlementariërs graag het internet gebruiken om contact te maken met kiezers, maar nog niet helemaal vertrouwd zijn met het internet als bron om ook hun meningen te formeren – daarvoor gebruiken ze nog liever persoonlijk contact en de media uit hun land van herkomst. En dat is jammer: juist online media, en met name web 2.0 technieken als facebook en Twitter, bieden europarlementariërs bij uitstek de mogelijkheid om direct en persoonlijk contact te maken met burgers uit heel Europa.