Er is crisis in voedselland!

Kunt u nog steeds oprecht genieten van een kippenbout? Dan bent u waarschijnlijk een van die mensen die zich actief heeft gekeerd tegen nieuwsconsumptie. Voor alle anderen, u kijkt waarschijnlijk met weemoed terug naar de tijd waarin wij nog met veel plezier en zonder vrees voor onze gezondheid een lekker stukje vlees aten. Waar ging het mis?

Van vers…
Een stukje geschiedenis ter introductie: zo’n 10.000 tot 20.000 geleden ging de mens zich steeds meer vestigen op één plek en werden wij van jager landbouwer. Wij waren dagelijks bezig met het vergaren van onze voeding, eerst voornamelijk vis, wild en groente en later deed ook graan zijn intrede. Pas heel veel later, in het begin van de vorige eeuw, startte het bedrijfsmatig produceren van voedsel. Vooral hier in het Westen komt onze voeding sindsdien voornamelijk uit fabrieken. Een belangrijke stimulans hierin was het voortschrijdende inzicht in conserveermethodes.

Naar blik…
Alle nieuwe ontwikkelingen en technieken resulteerden erin dat onze voeding steeds langer bewaard kon worden. Geweldig voor de continuïteit van onze voedselvoorziening, maar het had ook nadelen. Naast het feit dat we minder zicht kregen op wat er nu daadwerkelijk in onze voeding werd gestopt, kwamen we ook verder af te staan van de bron. Toenemende onduidelijkheid werd nog eens versterkt door het feit dat de voedingssector weinig besef had van haar verantwoordelijkheid tot informatieverschaffing en naliet te communiceren over productieprocessen en sector-brede technologische ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld genetische modificatie) die wel veel impact hadden op onze voeding.

Naar vers?
Afgelopen jaren staken ook nog eens ernstige voedselcrises de kop op, zoals de EHEC bacterie en de dioxine crisis. In combinatie met voeding-gerelateerde epidemieën zoals obesitas én een gebrek aan communicatie vanuit de sector heeft dit ervoor gezorgd dat voeding en voedselveiligheid hoger dan ooit op de maatschappelijke en politieke agenda staan. Dit wordt door de branche gevoeld, en zij toont dan ook initiatieven om haar aanbod weer natuurlijker en gezonder te maken, met minder additieven en bijvoorbeeld minder zout. Maar er moet nog veel gebeuren om het vertrouwen van de consument terug te winnen.

Toenemende druk
Dit is koren op de molen van NGO’s. Zij zien kansen om de consument voor hun karretje te spannen en zijn goed geworden in het framen en claimen van issues. Mooie voorbeelden hiervan zijn de Kiloknallers en het Gouden Windei. Om uw geheugen even op te frissen: Wakker Dier startte in 2010 een campagne tegen de kiloknaller bij supermarkten. Met als doel de neergaande prijsspiraal van vlees te doorbreken zodat er geld over blijft voor meer dierenwelzijn. Via social media, abriposters en radiospotjes werden burgers opgeroepen vlees te kopen bij de concurrenten van C1000. Met als direct resultaat dat het aantal diervriendelijke aanbiedingen in de folders in dat jaar met 20% steeg. Het Gouden Windei is een initiatief van FoodWatch, waarbij consumenten jaarlijks worden opgeroepen om te stemmen op het product dat zij het meest misleidend vinden. Afgelopen jaar brachten ruim 19.000 consumenten hun stem uit.

Transparantie en de macht van social
Wat kunnen voedingsproducenten hiervan leren, waar kunnen zij winst behalen of liever gezegd, winst behouden door het consumentenvertrouwen terug te winnen?
Allereerst moet de sector begrijpen hoe social media burgers een krachtige stem en dus macht hebben gegeven. Als burger en consument verlangen- nee, eisen we informatie over producten en ingrediënten. Daarmee is dialoog van nog groter belang geworden, en dat betekent dat voedingsproducenten moeten luisteren en daarnaast ook beter moeten worden in het uitleggen van ontwikkelingen die directe impact hebben op wat wij op ons bord krijgen. Transparantie is daarbij key. Dus ook praten over de nadelen van een bepaalde productiemethode, en aangeven wat er wordt gedaan om die nadelen te verminderen of om te buigen. En als ze dan toch de dialoog aangaan, zou het raadzaam zijn ook met NGO’s en andere betrokken partijen gesprekken op te starten. Om elkaar beter te begrijpen, en raakvlakken te vinden. En, met een beetje geluk, een gezamenlijk doel: gezonde voeding die op een verantwoorde wijze geproduceerd is!