De gezondheidszorg na 15 maart: wat verandert er niet, wat (misschien) wel?

De inkt van de verkiezingsprogramma’s is nog amper droog. Binnenkort volgt er bij alle politieke partijen (minus de PVV uiteraard) het bekende congres, waarbij leden onderdelen van het programma kunnen amenderen. Is het dus prematuur om te voorspellen waar het met Nederland na 15 maart 2017 naartoe gaat? Nee hoor, in grote lijnen is best duidelijk wat er al dan niet gaat veranderen. Bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. Wat gebeurt er met het stelsel en met het eigen risico? En wat zijn voor het bedrijfsleven (met name de voedingsindustrie en de medische sector) kansen en bedreigingen in de nieuwe kabinetsperiode?

Zorgverzekeraars blijven
Het kan niemand ontgaan zijn: onder aanvoering van de SP is de afgelopen maanden het Nationaal ZorgFonds op de maatschappelijke kaart gezet. Een initiatief, gesteund door onder meer de Partij voor de Dieren, 50Plus, Omroep Max en FNV Zorg en Welzijn, met als uitgangspunt: het moet volledig anders in de zorg. Ik citeer de site: ‘Wij zeggen: schaf de zorgverzekeraars af en zet één Nationaal ZorgFonds op. Zonder onnodige bureaucratie en geldverslindende concurrentie. En zonder eigen risico.’

Helemaal los van de inhoudelijke beoordeling van het SP-initiatief: het is politiek gedoemd te mislukken. Een simpele blik op de andere verkiezingsprogramma’s leert dat de andere partijen geen trek hebben in grote stelselwijzigingen. Na de grote veranderingen in de ziekenhuiswereld in 2007 (introductie van marktprikkels) en de ingrijpende verschuiving in de afgelopen kabinetsperiode rondom verpleging en verzorging, thuiszorg en jeugdzorg (decentralisatie naar gemeenten) is er geen meerderheid om de zorg – deels dan wel geheel – opnieuw volledig op de schop te nemen. Weg met de zorgverzekeraars, terug naar het ziekenfonds – het gaat ‘m niet worden: er is geen meerderheid voor.

Eigen risico omlaag, maar verdwijnt niet
Heeft de SP dan volledig het nakijken? Dat ook weer niet. Want al krijgen ze niet hun zin als het gaat om het afschaffen van zorgverzekeraars, rondom het eigen risico gaat er wel degelijk wat gebeuren. Het gaat waarschijnlijk niet terug naar nul, zoals behalve de SP ook GroenLinks, de PVV en de PvdA bepleiten. Maar we kunnen er wel gevoeglijk van uitgaan dat het eigen risico behoorlijk omlaaggaat. Want daarvoor maken ook gematigde middenpartijen als het CDA en de ChristenUnie zich hard. De SGP gooit het over een iets andere boeg: deze partij wil een inkomensafhankelijk maximum aan eigen bijdragen om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden.

Vet en suiker: de vrijblijvendheid voorbij
Wat minstens zo opvallend is, is wat er over het eigen risico niet staat in verkiezingsprogramma’s. De programma’s van VVD en D66 zwijgen namelijk in alle toonaarden over dit onderwerp. Op hun sites zeggen ze er wel iets over: ‘niet afschaffen, maar kijken naar de hoogte van het bedrag’ (D66) respectievelijk ‘wij willen dat mensen zuinig en verstandig met zorg omgaan; daarom bestaat het eigen risico’ (VVD). Waar schrijven deze partijen wél over in hun zorgparagrafen? De VVD wil zorgkosten in de hand houden door (onder andere) een gezonde leefstijl te stimuleren, vooral door ervoor te zorgen dat voor jongeren voldoende informatie beschikbaar is. Maar dwang op preventiegebied is van de liberalen niet te verwachten: ‘We zijn voor het behoud van de huidige leeftijdsgrenzen voor alcohol en tabak. We willen geen vet- of suikertaksen instellen of betuttelende etikettering om gedrag te beïnvloeden.’

Voor de voedingsindustrie klinkt dat perspectiefrijk, indien de VVD na 15 maart doorregeert (en dat lijkt een zekerheidje). Maar daar past natuurlijk wel de kanttekening bij dat de VVD wederom te maken krijgt met coalitiepartners, die ook op dit punt (beduidend) andere opvattingen hebben. Neem D66; óók liberaal, maar op het gebied van preventie toch duidelijk meer van de categorie zachte dwang. De partij is voorstander van een actief voedingsbeleid ‘…dat gezonde patronen in de kindertijd aanleert door betere voedselvoorlichting, een actief voedingsbeleid in kinderomgevingen, bescherming van kinderen tegen marketing en impulsaankoop van ongezonde producten, en ook voor volwassenen voldoende keuze in onder andere bedrijfsrestaurants’.

Over vet- en suikertaksen laat D66 zich niet uit. Het CDA wel: die partij bepleit niet alleen het weren van suikerhoudende dranken op school, maar wil ook dat afspraken over het verminderen van suiker, zout en vet in voedingsproducten minder vrijblijvend worden, ‘…door onder andere het invoeren van een suikerbelasting’. Opvallend genoeg laat de PvdA het wat meer open en tilt de partij de discussie naar EU-niveau: ‘In Europees verband is er meer inzet nodig op regels voor minder suiker, zout, kunstmatige toevoegingen en verzadigde vetten in ons voedsel. Wij willen sluitende afspraken voor gezonder voedsel maken met de voedingsindustrie’. En ook GroenLinks klinkt minder streng dan het CDA, al heeft de partij wel een stok achter de deur: ‘Er komen wettelijke normen voor het maximale gehalte aan zout, suiker en vet in producten als de huidige convenanten niet tot een gezonder productaanbod leiden’. Het concept ‘gezonde voeding’ reduceren tot zaken als suiker, zout, vet en kunstmatige toevoegingen is een interessante keuze. In de programma’s klinkt door dat er grenzen zijn aan (het geloof in) zelfregulering. Maar tegelijkertijd betekent de focus op typen ingrediënten dat verantwoordelijkheid bij producenten wordt gelegd naast (of in plaats van?) het bevorderen van een gezonde levensstijl middels overheidsbeleid.

Kansen voor zorginnovatie
Veel programma’s juichen technologische innovaties toe, zoals e-healthtoepassingen voor monitoring, diagnose en gegevensbeheer: die kunnen bijvoorbeeld een extra bezoek aan het ziekenhuis overbodig maken. D66 wijdt hier de meeste aandacht aan, en schrijft in zijn verkiezingsprogramma zelfs expliciet: ‘Voor het bedrijfsleven ligt hier een kansrijk terrein voor innovatie’. De partij wil dat Nederland vooroploopt met zorginnovatie, en wil zorgaanbieders stimuleren om meer gebruik te maken van e-healthoplossingen, zoals patiëntenportalen en apps.

Geen privaat kapitaal in de zorg
Als enige partijen zien VVD en D66 heil in het aantrekken van investeerders in de zorg. D66 staat ‘onder voorwaarden’ privaat kapitaal toe in de innovatieve zorg, ‘…mede omdat nieuwe toetreders een belangrijke bron van innovatie kunnen zijn’. De VVD is er nog wat stelliger in: om ervoor te zorgen dat de zorg in Nederland ‘iedere dag beter wordt’, moet het voor particuliere
investeerders aantrekkelijker worden om geld te investeren in de zorg. ‘Dit doen we door de wet zo
te wijzigen dat het mogelijk wordt om rendement op die investeringen uit te keren aan investeerders’, aldus het VVD-programma.

Het lijkt niet erg waarschijnlijk dat de twee liberale partijen hun zin gaan krijgen als het gaat om het aantrekken van privaat kapitaal in de zorg. Partijen als PvdA, SP, GroenLinks en ChristenUnie moeten hier (vanzelfsprekend) niets van weten, maar ook het CDA is in dit opzicht naar links opgeschoven: ‘Om de marktwerking in de zorg verder te beteugelen willen wij een verbod op winstuitkeringen door zorgverzekeraars, zorginstellingen en ziekenhuizen. Geld dat voor de zorg is bedoeld moet in de zorg blijven of tot lagere premies leiden en mag niet als winst in de zakken van investeerders of aandeelhouders verdwijnen’, staat er in het CDA-programma.

Cybercrime: het nieuwe zorgvraagstuk?
Kortom: al zijn de verkiezingen nog vier maanden weg en wacht ons daarna waarschijnlijk een lange en ingewikkelde formatie, in grote lijnen lijkt wel duidelijk te zijn wat een nieuw kabinet in petto heeft voor de zorg. Maar ook hier geldt: the devil will be in the details. En daarnaast zal het nieuwe kabinet moeten inspelen op maatschappelijke vraagstukken waaraan partijen geen of beperkte aandacht hebben besteed in hun programma’s, maar die wel belangrijk en urgent kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling dat cybercriminelen hun activiteiten in hoog tempo uitbreiden van de financiële naar de medische sector. Daarbij zijn gestolen intellectueel eigendommen van farmaceutische en biotechbedrijven het meest gewild, maar de jacht op patiëntgegevens rukt op. Typisch zo’n onderwerp dat om overheidsbeleid vraagt.

We houden het in de gaten en u op de hoogte.

 

Dit blog is in verkorte vorm geplaatst op de site van vakblad Zorgvisie.

  • Jacques Bettelheim

    Jacques Bettelheim geeft binnen FH leiding aan de teams voor Public Affairs en Healthcare, bouwend op meer dan 30 jaar communicatie- en public affairs-ervaring bij diverse branche- en belangenorganisaties. Voordat hij in 2012 naar FleishmanHillard kwam, was hij zeven jaar...

    Zie profiel