Lobbywatch NL: waakhond met blinde vlek?

Lobbywaakhonden zijn een groot goed. Ze stimuleren transparantie bij de politieke dialoog, zodat de feiten van alle betrokkenen gewogen kunnen worden.

Daarom leek het goed nieuws dat op 14 december Lobbywatch Nederland is gelanceerd. Een “coalitie van maatschappelijke organisaties die streeft naar meer transparantie”. Met een kritisch rapport over ‘de lobby voor (nadruk door auteur) toelating van onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat’ verzekerde de coalitie zich van enkele krantenkoppen. Het is dan ook een spannende case, waarin de beschuldigingen heen en weer vliegen en het wantrouwen tussen partijen onoverbrugbaar lijkt. Het inhoudelijke debat over glyfosaat is echter minder relevant dan de denkfout die met de lancering van Lobbywatch wordt blootgelegd. Die denkfout is dat alleen belangenbehartiging door de bedrijven onder de loep gelegd moet worden. Een blinde vlek waar je u tegen zegt.

Ronald van Raak (SP) verklaarde vorig jaar zijn werkkamer tot ‘lobbyvrije zone’, en voegde daar triomfantelijk aan toe dat hij daardoor veel meer tijd heeft om mensen van buiten het Binnenhof te spreken. Behartigen die ‘mensen’ soms geen belangen? Femke Halsema (GroenLinks) schijnt in een interview te hebben gezegd dat ze geen lobbyist heeft gesproken in haar tijd als Kamerlid. Toch lijkt het me onwaarschijnlijk dat ze in haar dertien jaar als volksvertegenwoordiger nooit met iemand van, bijvoorbeeld, de FNV een kopje koffie dronk. En het is maar goed ook dat ze dat wél deed. Want niemand kan in isolatie besluiten nemen over de buitenwereld. Zolang het besluit uiteindelijk maar fair en gebalanceerd is, en door de werkelijkheid gestaafd.

Dat moet te controleren zijn, ex post of ex ante. Daarom is transparantie belangrijk. Hóé transparant is tot op zekere hoogte een kwestie van voorkeur – sommigen willen precies zien hoe de worst gemaakt wordt, anderen hoeven niet elk detail te zien. Maar dat die transparantie voor alle spelers van het lobbyspel geldt zou een no-brainer moeten zijn. Vreemd genoeg beperkt Lobbywatch Nederland de onderzoeksvragen in het rapport over glyfosaat tot “inmenging van het bedrijfsleven”. Transparantie voor maatschappelijke organisaties is blijkbaar voldoende onderzocht met de mededeling dat leden van de coalitie “zo veel mogelijk lobbybrieven op hun website publiceren en transparant zijn over hun lobbyactiviteiten”.

Lobbywatch waarschuwt voor corporate capture. Maar waarom geen waarschuwing voor ngo capture? Of zelfs government capture – ook tussen overheden vindt een strijd rond het behartigen van belangen plaats. Daarom is transparantie voor elke speler van belang. En daarom moet een waakhond op iedereen letten, in plaats van selectief bepaalde typen organisaties op hun blauwe ogen vertrouwen.

Die waakhond moet dan ook onafhankelijk zijn, en van checks-and-balances voorzien. Helaas heeft Lobbywatch zichzelf al direct gediskwalificeerd. Drie leden van de coalitie hebben namelijk actief hun eigen belangen behartigd in het glyfosaatdebat. Zo lekte Greenpeace onder andere vertrouwelijke overheidsdocumenten over het gebruik van bestrijdingsmiddelen, bood een petitie tegen glyfosaat aan de Tweede Kamer aan en deed een reeks aan oproepen aan verantwoordelijk bewindspersoon Van Dam. Allemaal belangenbehartiging. Maar geen woord daarover in het rapport van Lobbywatch.

Het moge duidelijk zijn: ik vel hier geen oordeel over glyfosaat of de belangenbehartiging door Greenpeace. Maar doen alsof deze maatschappelijke organisatie geen belangen behartigde is niet logisch. Die belangenbehartiging onder het tapijt schuiven in het eerste rapport van een lobbywaakhond die pleit voor transparantie is zorgwekkend.

Welke overweging aan de basis van belangenbehartiging ligt is volstrekt niet relevant. Of het nou winst, idealen of het behouden van de eigen baan is – de ontvangende partij moet een afweging maken op basis van argumenten en haar eigen visie en beleid. Als de manier waarop die behartiging plaatsvindt maar klopt, en er voldoende controle mogelijk is. De zoektocht naar de juiste middelen voor die controle vindt gelukkig plaats, vanuit de politiek, maatschappelijke organisaties, de Beroepsvereniging voor Public Affairs (BVPA) en de media.

De discussie over lobbyen leidt uiteindelijk alleen maar ergens toe als zij gaat over het verschil tussen geëigende belangenbehartiging en onwenselijke belangenbehartiging binnen ons democratische bestel. Alleen dan kan er goede gemeenschappelijke grond gevonden worden, ook al zijn we het misschien nooit helemaal met elkaar eens. En alleen dan kunnen er oplossingen worden gevonden die onethische of zelfs antidemocratische belangenbehartiging tegengaan. Maar het moge duidelijk zijn: met een blinde vlek voor alles wat niet onder het bedrijfsleven valt is niemand geholpen, en met een lobbywaakhond die zijn eigen vlees keurt net zo min.

 

Wytse Sonnema is adviseur public affairs/lobbyist bij FleishmanHillard. Hij adviseert bedrijven (waaronder een glyfosaatproducent), overheden en maatschappelijke organisaties over belangenbehartiging.

  • Wytse Sonnema

    Wytse Sonnema heeft altijd een fascinatie voor beleidsontwikkeling gehad. Als lid van het Public Affairs-team van FleishmanHillard is hij de schakel tussen klanten en hun stakeholders, altijd op zoek naar de best mogelijke oplossing. Sinds hij in 2015 in dienst...

    Zie profiel